“Ik kocht mijn eerste Bitcoin op een regenachtige donderdagavond, dit is
wat ik leerde.”
--
Het regende. Niet zo’n fijn, romantisch buitje waar je met een kop thee naar kunt kijken, maar zo’n typisch Hollandse stortbui die dwars door je jas gaat en je humeur ondermijnt. Het was donderdagavond, ergens in november. Ik zat op de bank met mijn laptop op schoot, een halfleeg glas rode wijn naast me, en mijn hart klopte alsof ik op het punt stond iets illegaals te doen.
Ik stond op het punt om mijn eerste Bitcoin te kopen.
Laat me eerlijk zijn: ik had geen flauw idee wat ik aan het doen was.
De jaren van twijfel
Ik had al jaren over crypto gelezen. Sinds 2017, om precies te zijn. Toen een collega, laten we hem Jeroen noemen, op een vrijdagmiddagborrel begon te vertellen dat hij “erin zat.” Hij had Bitcoin gekocht op een moment dat de koers door het dak ging, en hij kon niet ophouden over percentages, over wallets, over “de toekomst van geld.”
Ik knikte beleefd. Ik dacht: dit is tulpenmanie 2.0.
En eerlijk? Een deel van mij denkt dat nog steeds. Maar een ander deel, het deel dat die donderdagavond won, was moe van aan de zijlijn staan. Moe van het lezen zonder doen. Moe van meningen hebben over iets waar ik geen enkele ervaring mee had.
Dat is het grappige aan crypto. Iedereen heeft er een mening over. Je oom op verjaardagen. Die ene vriend die “altijd al wist” dat het groot zou worden. Journalisten die het de ene week doodverklaren en de volgende week bewieroken. Maar bijna niemand die ik kende had het ooit daadwerkelijk zelf gedaan. Gekocht. Bezeten. Gevoeld wat het doet met je hoofd als je eigen geld op en neer beweegt met een koers die nooit slaapt.
Ik wilde het voelen. Niet lezen. Voelen.
De stap
De daadwerkelijke aankoop was en dit is misschien het meest ontnuchterende van het hele verhaal, bijna belachelijk eenvoudig.
Ik had me een week eerder aangemeld bij Bitvavo, een Nederlandse exchange. Waarom Bitvavo? Geen heroische reden. Het was Nederlands, het stond geregistreerd bij De Nederlandsche Bank, en de interface zag eruit alsof een normale mens hem had ontworpen. Geen schreeuwerige grafieken, geen knipperende getallen. Gewoon rustig, overzichtelijk. Alsof je een bankapp opent, maar dan voor iets waar je moeder je voor zou waarschuwen.
Ik had mijn ID geupload. Mijn bankrekening gekoppeld. Honderd euro overgemaakt. Honderd euro. Niet meer. Ik wilde niet meer riskeren dan ik bereid was volledig te verliezen. Dat advies had ik zo vaak gelezen dat het bijna een cliche was geworden, maar die avond, met mijn vinger boven de koopknop, voelde het allesbehalve een cliche.
Het voelde als een drempel.
Ik klikte.
En toen… niets. Geen vuurwerk. Geen fanfare. Gewoon een regeltje in mijn portfolio: 0,00-en-nog-wat Bitcoin. Een fractie. Een kruimel van een digitale munt die ooit was bedacht door iemand die niemand kent.
Maar het was van mij.
Ik nam een slok wijn en staarde naar het scherm. De regen tikte tegen het raam. En ik dacht: oké. “Nu begint het pas echt”.
De koers: een masterclass in emotionele instabiliteit
Niets en ik meen echt niets bereidt je voor op wat er met je brein gebeurt zodra je eigen geld vastzit aan een koers die 24 uur per dag, 7 dagen per week, 365 dagen per jaar beweegt.
De eerste ochtend na mijn aankoop werd ik wakker en checkte ik meteen mijn telefoon. Nog voor ik mijn ogen goed open had. Nog voor koffie. De koers was met twee procent gedaald. Twee procent. Dat was twee euro op mijn honderd. Twee euro. Ik betaal meer voor een broodje kroket bij de AH.
Maar het voelde als een klap.
De dag erna was de koers met vier procent gestegen. En ik voelde me een genie. Een financieel wonderkind. Iemand die het had gezien. Vier euro winst, en ik overwoog serieus om tegen Jeroen te zeggen dat ik er ook “in zat.”
Dit, zo leerde ik later, is precies het probleem.
Crypto doet iets met je psychologie dat weinig andere beleggingen doen. De volatiliteit is niet alleen een financieel gegeven, het is een emotionele achtbaan die je brein constant bespeelt. Op goede dagen voel je je slim. Op slechte dagen voel je je dom. En het probleem is: er zijn heel veel dagen. Er is altijd een koers. Er is altijd een grafiek. Er is altijd iemand op Twitter die schreeuwt dat het naar de maan gaat, of juist naar nul.
Ik begon de bitcoin koers te volgen via coinwaarde.nl, een Nederlandse site die het simpel houdt. Geen overdaad aan technische indicatoren waar ik toch niets van begreep. Gewoon de koers, in euro’s, met een duidelijke grafiek. Het werd mijn dagelijkse check-in. Mijn digitale thermometer. En langzaam begon ik patronen te herkennen, niet zozeer in de koers, maar in mezelf.
De psychologie van het bezitten
Laat me je vertellen over de drie fasen die ik doormaakte. Ik denk dat iedereen die crypto koopt ze herkent.
Fase 1: De Hype. De eerste weken na je aankoop. Alles is nieuw, alles is spannend. Je leest artikelen, bekijkt YouTube-video’s, overweegt om meer te kopen. Je voelt je pionier. Ontdekkingsreiziger. Je denkt: waarom heb ik dit niet eerder gedaan?
Fase 2: De Dip. En dan daalt de koers. Niet een beetje. Serieus. Tien procent, twintig procent. In mijn geval was het de eerste echte correctie die ik meemaakte. Mijn honderd euro was ineens tachtig euro waard. En ik voelde iets wat ik alleen kan omschrijven als een fysieke reactie. Een knoop in mijn maag. De neiging om te verkopen, het verlies te nemen, en tegen mezelf te zeggen: zie je wel, het was tulpenmanie.
Dit is het moment waarop de meeste mensen afhaken. Paniekverkoop. Loss aversion, noemen psychologen het. Het verlies van twintig euro doet meer pijn dan de winst van twintig euro vreugde geeft. Ons brein is niet gebouwd voor volatiliteit. Het is gebouwd voor sabeltandtijgers en het verzamelen van bessen. Niet voor koersgrafieken.
Fase 3: De Acceptatie. Ik verkocht niet. Niet uit moed, niet uit overtuiging, maar eerlijk gezegd uit een soort koppigheid. Ik had tegen mezelf gezegd: dit geld is weg. Doe alsof het niet bestaat. En langzaam, over weken en maanden, begon die mentaliteit te werken. Ik checkte de koers nog steeds, maar het voelde minder als een hartaanval en meer als het checken van het weer. Interessant, maar niet iets waar ik invloed op had.
HODLen, noemen ze dat in cryptokringen. Hold On for Dear Life. Het klinkt als een grap, en dat is het deels ook. Maar er zit een diepere waarheid in. Het is de kunst van het loslaten van controle. Van accepteren dat je iets bezit waarvan je de waarde niet kunt voorspellen, en daar vrede mee hebben.
De tweede stap: Ethereum en de konijnenpijp
Na een paar maanden Bitcoin bezitten, begon ik me te verdiepen in Ethereum. Niet omdat ik dacht dat ik nu een expert was — verre van — maar omdat ik begreep dat Bitcoin en Ethereum fundamenteel verschillende dingen proberen te zijn.
Bitcoin als digitaal goud. Een opslagplaats van waarde. Ethereum als een platform, een ecosysteem, een soort digitale infrastructuur waarop anderen kunnen bouwen.
Ik kocht een klein beetje Ether. Weer via Bitvavo. Weer honderd euro. En ik begon ook de ethereum koers te volgen. Wat me opviel: Ethereum bewoog vaak heftiger dan Bitcoin. De uitslagen waren groter, de emoties intenser. Het was alsof ik van een achtbaan in een pretpark was overgestapt naar een achtbaan in een pretpark dat was ontworpen door iemand die een hekel had aan veiligheidsregels.
Maar het leerde me iets cruciaals: diversificatie is niet alleen een financieel concept. Het is ook een psychologisch concept. Door twee verschillende assets te bezitten, was ik minder gefixeerd op een koers. Minder geobsedeerd door een getal. Het gaf lucht. Perspectief.
Wat crypto me leerde over geld
Hier wordt het filosofisch, en ik beloof dat ik het kort houd. Maar crypto heeft mijn relatie met geld veranderd op manieren die ik niet had verwacht.
Ten eerste: geld is een verhaal. Dat klinkt abstract, maar denk er eens over na. Een briefje van vijftig euro is een stukje papier. Het heeft waarde omdat wij met z’n allen afspreken dat het waarde heeft. Bitcoin is nullen en enen. Het heeft waarde omdat wij met z’n allen afspreken dat het waarde heeft. Het verschil is kleiner dan je denkt. En zodra je dat inziet, begin je anders te kijken naar alles wat je voor vanzelfsprekend aanneemt over geld, over banken, over het systeem.
Ten tweede: geduld is een vaardigheid. We leven in een cultuur van instant resultaat. Crypto versterkt dat in het begin, je ziet je winst of verlies in real-time, de hele dag door. Maar als je leert om je telefoon weg te leggen, om niet te reageren op elke dip en elke piek, dan leer je iets wat ver voorbij crypto gaat. Je leert wachten. En wachten is, in een wereld die schreeuwt om snelheid, misschien wel de meest onderschatte kracht die er is.
Ten derde: risico is persoonlijk. Wat voor de een roekeloos is, is voor de ander een berekende gok. Ik heb geleerd dat mijn risicotolerantie lager is dan ik dacht. Ik ben geen daytrader. Ik ben geen whale. Ik ben een man op een bank met een glas wijn die honderd euro inzet en vervolgens drie weken niet kan slapen. En dat is oke. Jezelf kennen is meer waard dan welke koerswinst dan ook.
De eerlijke conclusie
Is het het waard?
Ik kan je geen eenduidig antwoord geven, en iedereen die dat wel doet, verkoopt je iets.
Financieel? Mijn investering is gestegen. Op dit moment. Morgen kan dat anders zijn. Over een jaar kan die honderd euro vijfhonderd waard zijn of vijftig. Ik weet het niet. Niemand weet het. En als iemand beweert het te weten, ren dan weg.
Maar wat ik wel weet, is dit: de ervaring was het waard. Het dwong me om na te denken over geld, over risico, over mijn eigen psychologie. Het leerde me dat ik vreselijk slecht ben in niets doen en dat niets doen soms precies het juiste is. Het gaf me gespreksonderwerpen met Jeroen die verder gingen dan het weer en de werkdruk.
En het leerde me, op een regenachtige donderdagavond met een glas wijn en een kloppend hart, dat de grootste drempel niet de koers is, niet de technologie, niet de volatiliteit.
De grootste drempel ben je zelf.
Mijn advies? Investeer nooit meer dan je kunt missen. Lees. Leer. Neem de tijd. En als je ooit op een regenachtige avond op die koopknop drukt, weet dan dat het ongemak dat je voelt geen teken is dat je iets fout doet.
Het is een teken dat je iets doet wat ertoe doet.
Het is een teken dat je leert.
— -
*Dit artikel is geen financieel advies. Het is het verhaal van een persoon die op een natte donderdagavond besloot om te stoppen met lezen en te beginnen met doen. Wat je ermee doet, is aan jou.*